terug naar "Artikelen"
Dornach, 11.08.1929 , Het Vaderland
ENGELSCHE WEEK IN HET GOETHEANUM
(Eigen brief.)
Men weet, dat Rudolf Steiner konsekwent heeft vermeden, van het Goetheanum als van een tempel te spreken. Want dit cultuur- centrum is bedoeld als een den geest zoekend centrum voor allen, niet voor een met een tempel verbonden menschenmenigte. Maar toen hedenmorgen van alle kanten over de lichte paden tusschen de weelderig begroeide hellingen de menschen kwamen aangewandeld en auto's omhoog snorden naar 't onder een blauwen hemel blinkend gebouw, kon men zich toch niet aan den indruk onttrekken van het Goetheanum als een in den geest van onzen tijd gezochten tempel. Glanzend in z'n wit gesteente lag het machtig bouwwerk daar boven op den heuvel onder een stralende Zuiderzon. De vrede van een blijden ochtend kan nooit harmonischer een blanken Helleenschen tempel overhuifd hebben als deze klare Zondagmorgen het de blanke welving van het Goetheanum deed, nu uit Engeland en Amerika gekomenen zich opmaakten om er in de hun eigen taal dr. Steiners geestesgoed te ontvangen.
Reeds gisteravond was "de Engelsche Week" ingeleid met een merkwaardige kunstavond, welke geheel in het teeken van het oude Egypte stond. Van het spreekkoor van het Goetheanum kregen we tekst uit het Egyptische Doodenboek of uit de Avesta te hooren — wat iemand machtig trok en boeide aan de mystiek dier oude tijden — telkens afgewisseld door het verschijnen van fijne gedaanten op het geweldig tooneel, die, in eurythmische bewegingen onder wisselende belichting teksten uit die oude en nieuwere Egyptische wijsheid vertolkten. De strenge en streng- volgehouden stijl van zoo'n avond, die uit een eerbiedig doorleven dier oude, verloren gegane wijsheid voortkomt, is wel oorzaak, dat men als toeschouwer onherroepelijk uit zichzelf loskomt en boven zichzelf uit wordt geheven. Wel op geen andere wijze wordt de ziel intenser er toe gebracht, zich in haar eeuwigheid te beleven. Het beeld der bewegende eurythmiste in het geelzijden gewaad, die de ziel des gestorvenen voorstelt, welke toegang verlangt tot de poort der zielenwereld, en het beeld der eurythmisch bewegende geestelijke wezens aan die poort, welke één voor één wijken, nadat op hun woord (het door den declamator gesproken woord, dat hun bewegingen begeleidt): "Denn du hast noch nicht meinen Namen genannt", de gestorvene den naam als teeken van herkenning genoemd heeft — die beelden raakt ge niet meer kwijt.
Hedenmorgen echter zou de week der Engelschen officieel geopend worden. Eigenlijk had men niet zoo'n stroom van Engelsch-sprekenden verwacht. Daar de geweldige ruimte van de Goetheanumzaal moeilijk te "bespreken" is, als ze schaarsch is gevuld (men zegt, dat de zaal nog "ingesproken" moet worden), had men gemeend, het Engelsch auditorium wel in één der andere zalen te kunnen onderbrengen. Men spreekt hier van een Zuidzaal, een Noordzaal, enz. De Zuidzaal, welke een kleine 200 menschen bergen kan, liep echter weldra vol, zoodat de als altijd met frissche energie administreerende dr. Wachsmuth al spoedig het podium betrad en in zuiver Engelsch den aanwezigen verzocht, zich naar de aloude "Schreinerei" te begeven, die de bekende ruime gastvrijheid biedt. En zoo zaten we dan weer in de wijde, withouten zaal met de blauwe draperieën.
Albert Steffen trad op het podium. Onwillekeurig ging de gedachte door mij heen: hoevele "Tagungen" heeft hij al moeten openen — zal hij nog één nieuwe gedachte vinden? Mijn ongeloof werd gelogenstraft. Steffens woorden waren uit het hart en dus waar, en dus eeuwig opnieuw nieuw. Hij zeide, dat, hoe grooter de afstand is, vanwaar men aankomt gereisd om het in kunst en wetenschap hier verworvene deelachtig te worden, des te grooter ook het genoegen der hier arbeidenden, om dit verworvene mede te deelen. Hij wees er op, dat het thans bijna 30 jaren zijn, dat de anthropososophie geleerd wordt; een tijd, waarin anders gewoonlijk een wereldbeschouwing reeds wijd verbreid is. Zoo de wereldbeschouwing van Darwin bv., van Herbert Spencer. Toen dezen stierven, was hun aanschouwingswijze der wereld bekend. Anthroposophie zou na deze dertig jaren eigenlijk iedere Engelsche ziel moeten aanspreken, een zieleschat moeten worden. Maar zelfs niet alle Duitsche zielen hebben ze opgenomen. Al wat we doen kunnen, is intusschen trachten, in onze kunst en in onze wetenschap zoo diep en waar als mogelijk te worden. "Ons streven", aldus ongeveer Albert Steffen. "is gesterkt door uw aanwezigheid, allen die hier te geven, te spreken hebben, streven er naar het beste te geven van wat er te geven is: het gaat hier om de artistieke en wetenschappelijke eer".
En hij sprak den wensch uit dat zij, die hier aanwezig konden zijn, het gehoorde en aanschouwde de wereld in mogen dragen. En dan gevoelde men, hoe Steffen zich een oogenblik geheel op zijn grooten leermeester concentreerde in wiens naam alles hier geschiedt. Hij sprak den wensch uit, dat alle aan dit Engelsch samenzijn medewerkenden zich in dr. Steiner vinden mogen en dan met datgene, wat deze te brengen had, zich weer over de wereld verspreiden moge.
Aan dit devote oogenblik sloot dr. Karl Schubert (leeraar aan de Freie Waldorfschule in Stuttgart) zich in het begin van zijn nu volgende rede zeer juist aan. Hij sprak uit, wat men eigenlijk weer voelt bij elke opening van nieuwe werkzaamheden hier. Men was het immers gewend, dat dr. Steiner eeuwig alles inleidde en bezielde. Gaarne liet hij de menschen zelf hun gang gaan, was bij alles aanwezig, hoorde bij alles toe. Doctoren en professoren, die lezingen gehouden hadden, liet hij zelf de vragers antwoorden. Maar tot slot wendde zich vanzelf toch elke doctor of professor om naar Dr. Steiner en vroeg, of hij soms iets toe te voegen had. En dan kwam de zaak eerst recht los, werd ze in haar Kern gegrepen en tot op den bodem gepeild. En als laatste glorie: in een geheel nieuw, nooit vermoed licht gesteld.
Zij, die deze tijden hebben meebeleefd, gevoelen onwillekeurig telkens opnieuw weer een leegte, een gemis. En zij konden dr. Schubert verstaan, toen hij in een woord vooraf uitsprak, hoe onbevoegd en onwaardig men zich steeds weer voelt, als men in dit Goetheanum van dr. Steiner het woord zal gaan voeren. Juist thans, nu anthroposophie aanvangt steeds meer over de wereld bekend en verbreid te raken, aldus dr. Schubert voelt men wat het is, dat dr. Steiner zelf niet meer spreekt.
En hiermede was de speciale week der Engelschen ingeleid.
Op de door alle Angelsaksen dankbaar aangehoorde rede van dr. Schubert: "Initiation, the origin of a new spiritual understanding", hopen we nog terug te Komen.
Dornach, 4.08.1929 Adelyde Content
terug naar "Artikelen"