Voorwoord

     In november 2025 kreeg ik uit de nalatenschap van een Nederlander een Nederlands tijdschrift uit 1923 in handen: het destijds gerenommeerde cultuurtijdschrift Op de Hoogte. De titel op de voorzijde luidde: 'Uit de leerschool van het Goetheanum'. In dit nummer stond een uitstekend artikel over het eerste Goetheanum, ondertekend door Adelyde Content en gedateerd op 4 januari 1923. De schrijfster had eind 1922 de kerstconferentie in het Goetheanum bijgewoond en werd getuige van de verwoestende brand op oudejaarsavond. Ze had de redactie van Op de Hoogte beloofd een gedetailleerd verslag over de bouw te sturen, maar na de brand moest ze daar een aangrijpend hoofdstuk aan toevoegen: 'De Sylvesterbrand van het Goetheanum'. Zo informeerde zij Nederland over het lot van het gebouw, dat door brandstichting tot de grond toe was afgebrand.

     Haar verslag in Op de Hoogte (februari 1923) schetst een prachtig beeld van het leven in Dornach van honderd jaar geleden. Ze beschrijft hoe groot de belangstelling voor het eerste Goetheanum was; op zondagen werden er soms meer dan 600 bezoekers rondgeleid. Ze merkte op hoe heren bij binnenkomst in de grote zaal uit louter eerbied hun hoed afnamen. Overal zag men onbekende vormen om zich heen en men vroeg zich af of dit esoterische symbolen waren. Op de vraag waarom er aan weerszijden zeven zuilen stonden, antwoordde zij nuchter: "Zijn we onze dagelijkse omgeving vergeten? Zijn we niet omgeven door de zeven kleuren van de regenboog en de zeven tonen van de muziek? Om deze reden wordt ook de koepel door zeven zuilen gedragen."

     Waar kon ik sporen van het leven van Adelyde Content vinden? Ik ging op onderzoek uit. In het archief van het Goetheanum ontdekte ik dat haar as is bijgezet in de Goetheanum Gedenkhain. Veel over haar leven was hier echter niet bekend. Ik documenteerde het hele tijdschrift digitaal, vertaalde de inhoud in het Duits en schonk het fysieke exemplaar aan het archief in Dornach, waar men het dankbaar in haar dossier opnam.

     In de bibliotheek van de Antroposofische Vereniging in Den Haag stuitte ik op de titels van twee herdenkingsartikelen die na haar overlijden in februari 1952 waren verschenen: 'Herinneringen aan Adelyde Content'. De stukken zelf waren daar helaas niet meer te vinden. Mijn verdere onderzoek in de Nederlandse archieven leverde gelukkig nieuwe aanknopingspunten op. Zo kon ik het gezin waarin zij opgroeide reconstrueren en vond ik in het Delpher-archief talloze artikelen en berichten van haar hand.

Dankzij de hulp van Michel Gastkemper, hoofdredacteur van Motief, kreeg ik toegang tot delen van een website over Adelyde Content uit 2005, destijds samengesteld door Marianne Scherpenhuijsen Rom en Lenie Reedijk. Via de Drents Prehistorische Vereniging kwam ik vervolgens in contact met de oudheidkundige Lenie Reedijk. Zij had zich ruim twintig jaar geleden intensief met het leven en werk van Adelyde Content beziggehouden. Helaas trok de destijds door haar opgezette website te weinig aandacht en ging deze na verloop van jaren offline.

     Mijn besluit stond vanaf dat moment vast: ik moet meer te weten komen over deze deskundige vrouw, die zich haar hele leven lang via de publiciteit heeft ingezet voor de antroposofie en die na haar overlijden in vergetelheid dreigde te raken. Al op jonge leeftijd had zij de antroposofie leren kennen. Als een van de eerste leden van de Antroposofische Vereniging in Nederland was zij er diep van overtuigd dat hiermee een nieuwe cultuurimpuls aan de wereld was gegeven. Haar artikelen getuigden van hoge kwaliteit, waren nimmer populistisch en schetsten een helder beeld van de ontwikkeling van de antroposofie in Dornach en in Nederland.

     Mijn oprechte dank gaat uit naar alle mensen die mij bij dit onderzoek hebben geholpen. In het bijzonder bedank ik Lenie Reedijk, die Adelydes originele commentaarbrieven over Rudolf Steiner's mysterie-drama's, inclusief de Duitse vertaling daarvan en haar bijzondere boek van de Gulden Sproken, aan mij toezond.

Dürnten, 14.05.2026 Hans van der Heide


vervolg: Inleiding