terug naar "Artikelen"
16 februari 1921 De Gooi- en Eemlander
"De eurhythmie te Dornach"
Onder de vele schoone en merkwaardige dingen, die het leven rond het Goetheanum te Dornach biedt, behoren zeker de eurhythmische opvoeringen gememoreerd te worden. En daar er plannen bestaan, dat binnen korten tjjd een gezelschap naar Holland komt, om ook daar deze kunst te laten zien en genieten, is het wellicht velen aangenaam, eens nader over deze jongste zuster der Muzen te worden ingelicht.
Weten de lezers van "de Gooi- en Eemlander" van het Goetheanum en zijn plaats in het tegenwoordige cultuurleven? Voor de niet-weters eenige korte verklaringen, onder verwijzing naar de stapels lectuur, die op dat Goetheanum-leven betrekking hebben.
De philosoof en Goethe-vorscher, dr. Rudolf Steiner, tracht de diepe waarheden en mogelijkheden, die Goethe, der menschheid tot erfenis, in z'n werken nederlegde, door woord en geschrift, maar ook… door daden, tot leven te brengen. Want na deze laatste eeuw van verstandelijk, al te verstandelijk denken, in dezen fellen reactie-tijd van zoeken naar den geestelijken zin van leven — is de tijd van begrip voor den Grooten Weter der geestelijke dingen, Goethe, gekomen. En zooals Goethe wel de laatste der Stervelingen is geweest, in wiens werken nog geen scheiding is te bespeuren tussen zijn geestelijke zienswijze (of godsdienstige aanschouwing), zijn artistiek gevoelen en zijn wetenschappelijke overdenkingen, zoo acht
dr. Steiner het thans zijn taak, na de tijden van rampzalige scheuring tussen de drie, die ten slotte in hun verdeeldheid den menschen dan ook tot ramp geworden zijn, de hereniging tot stand te brengen. En pas wanneer de kloof overbrugd zal zijn, wanneer door het terugvinden en begrijpen van den "Geest" achter de stof er geen sprake meer zal zijn van een onwetenschappelijken vrome, of van een ongodsdienstig weterschapsmensch of van een onwetenschappelijk kunstenaar zonder godsdienst, wanneer de mensch in zichzelf een eenheid zal zijn geworden, pas dan zullen eenheid en licht in de wereld wederkeeren.
Goethe liet ons het getuigenis na, dat hij "sinnlich-übersinnlich schaute". Goethe liet ons z'n op "sinnlich-übersinnliches Schauen" berustende metamorphose-leer na. Een van de daden, waardoor dr. Steiner Goethe den menschen nader trachtte te brengen, is de bouw van het Goetheanum geweest, waaraan zeven jaren, met hulp van talrijke kunstenaren van de meest verschillende nationaliteiten, gewerkt is en dat 26. September laatstleden in gebruik is genomen. Dit Goetheanum, dat den bijtitel draagt van Vrije Hoogeschool —vrij n.l. van elk staatsprogram, van elke staatsinmenging — is geheel opgebouwd volgens hef principe van Goethe's metamorphose-leer: dat, wat dit Goetheanum had uit te drukken, was de kiem, die alle voorwaarden van het organisme in zich droeg; geleidelijk heeft die kiem zich toen ont- plooid volgens zijn aanleg, uit het een ontstond vanzelf het ander, uit de ene gedaante (morphê) een volgende: door metamorphose is dit gebouw gegroeid. Zooals een plant groeit, doordat elk blad de voorwaarde is voor een volgend blad; 'n beginsel overdraagt op het volgende, dat dan meer gecompliceerd, als een metamorphose van het vorige, aan den dag komt. (Een beschrij- ving van dit merkaardige gebouw gaf ik in Het Vaderland van 30 October laatstleden, Ochtendblad en in de Wereldkronieken van 3 en10 December).
Een tweede daad, een tweede omzetting van Goethe's nagelaten wijsheid in daden is de eurhythmie; waartoe dr. Steiner de aanwijzingen gaf en op welker uitwerking en beoefening velen zich, met al het vuur hunner kunstenaarszielen, geworpen hebben. Ook deze eurhythmie berust op metamorphose en op een "sinnliches-übersinnliches Schauen". Maar ten slotte: welke kunst berust niet op een dergelijk "Schauen"? Alle kunst immers, wil ze werkelijk kunst zijn. Alleen.. dit onderscheid; met het onbewuste soms bij toeval even "Schauen" van het "onzienlijke", wat een mensch biï tijd en wijle een oogenblïk tot kunstenaar kan maken, komt men er niet. Jarenlang, van zjjn studententijd af eigenlijk (en hij is thans een zestiger) heeft dr. Steiner getracht, den menschen bewustzijn bij te brengen, bewustzijn omtrent hun eigen ware wezen van den kosmos, d.i. van de zienlijke in de onzienlijke werelden. Streng natuurwetenschappelijk begonnen, heeft hjj, op de wijze der natuurwetenschap, verder gezocht en gevorscht. Wat hij vond, heeft hij in zijn talrijke geschriften nedergelegd. Het is streng wetenschappelijk alles, het is wetenschap. Maar tegelijk, ik zeide het u reeds, werd het religie: daar het méér zocht en vond dan de stoffelijke wetten alleen. En tevens, onwillekeurig, beroert het de kunst— daar alle kunst uit het "Uebersinnliche" stamt, met den kunstenaar als bemiddelaar. In vroegere tijden leefde de mensch onbewust, z'n instincten leidden hem onbewust, door een innerlijk zich verwant voelen met die geestelijke, onzichtbare werelden, waaruit nu nog slechts bij tijden de kunstenaar put, was de mensch van vroeger godsdienstig, hij vroeg niet, hij geloofde, hij wist; onbewust, op gelijke wijze, schiep de kunstenaar van vroeger zijn kunstwerken vanuit een onbewust zien in wat achter deze wereld van stof was. Zoo min als het den gewonen mensch echter thans voldoende, zelfs mogelijk is, te leven bij het oude, onbewuste geloof, zoo min is het thans nog de tijd voor den kunstenaar, uit het onbewuste te scheppen. De bronnen, van waaruit een Phidias zijn goden schiep en als onaangevochten beeltenissen onder de menschen stelde, waaruit zelfs een Raphaël nog dronk tot genade der menschhejd, zijn verdroogd. Het Groote Onzichtbare openbaart zich den kunstenaar niet meer spontaan, valt hem niet meer als godengave in den schoot — hijzelf zal het Onzichtbare moeten zoeken. Langs bewuste wegen.
De eurhythmie zou men de andere uitertste pool kunnen noemen van… de stenographie. In het midden staat de taal, het geluid. Van de oudste tijden af trachtte men de taal in schrift uit te drukken. Het oudste primitieve schrift nu – het verbindend element van taal en schrift is het denken, de gedachte - hielt nog eenig verband met z'n moeder, de taal. Hoe conventioneeler echter, in één opgang met de beschaving, de taal werd, des te conventioneeler, des te vlakker ook het schrift. Als een mensch in oude tijden den mond opende, om te spreken, had dat nog andere waarde voor hem dan voor een tegenwoordig sterveling, gezellige causeurs waren onbekende grootheden en aanbiddelijkheden, aanbidding van gansch het tegendeel is ons overleverd; men denke in dit verband b.v. aan de overgeleverde mythe van het hongerlijdende volk, dat met een schoone oratie aan de Spartanen voedsel kwam vragen, maar het pas ontving toen het z'n wijzen op den medegebrachten buidel van het ééne woord "graan" vergezeld deed gaan
Maar de taal heeft zich steeds meer losgemaakt van den mensch, werd steeds minder iets per- soonlijks, steeds meer een zaak van conventie, d.i. van overeenkomst. En in gelijke richting ging de soort van weergave van de taal, die schrift heet. De teekens, die bij de Kopten en zelfs bij de Egyptenaren nog enigszins verband hielden met wat ze wenschten aan te duiden, vereenvoudigde zich steeds meer tot simpele teekens, over welker beteekenis men tot overeenkomst gekomen was. En de uiterst bereikte grens van conventionaliteit in dit opzicht is wel de stenografie, waarin geen enkel verband met de levende taal van den levenden mensch meer na te wijzen is.
Tegenover deze eens uiterste pool van de taal naar de richting van het conventioneele, leven- looze, onkunstzinnige, staat nu de bloeiende andere uiterste pool, de eurhythmie... in de richting van het bewust-menschelijke, het levende, het kunstzinnige. Wanneer de mensch zijn taal uit, wanneer hij spreekt, is dat niet een beweging van zijn spraakorganen alleen, maar ligt daar feitelijk iets beweeglijks van geheel zijn organisme aan ten grondslag. Wanneer men zich even een traag, willoos mensch in zijn zich-uiten voorstelt, en daarnaast een mensch met een ster- ken, innerlijken wil en temperament, kan men de waarheid van dat beweeglijke van het gansche organisme, het welk "sinnlich-übersinnlich" kan waargenomen worden, • esaigszinaenigszins nagaan. < Da; veiderq .De verdere bewegingen in het menschelijk organisme worden echter ingehouden, opdat dat de vibraties der luchtpijpen haar volle maat van kracht kunnen krijgen, om het geluid voort te brengen. Eurhythmie nu tracht de bewegingen van spraakorganen en naburige organen, b.v. bij het declameeren van een gedicht, na te gaan en met het gansche lichaam uit te drukken. Ook een groep van menschen tezamen kan de "constellatie" van zoo'n keelorgaan en omgeving zeer schoon wedergeven. Ziet men dus het eurhythmisch bewegen van een mensch of een menschengroep, dan heeft men als 't ware een spraakorgaan in actie voor zich. Op zichzelf zou men het opmerken en nabootsen van deze spraakorgaangebaren hoogstens merkwaardig, niet "kunst" kunnen noemen. Het "Künstlerische" hierbij ontstaat echter door de opeenvolging der bewegingen, zooals bij muziek het verband der tonen eerst kunst baart. De innerlijke harmonie der eurhythmische bewegingen is de eerste en eenige voorwaarde.
Eurhythmie alzoo illustreert niet een gedicht, geeft niet de ziele-emoties, door een gedicht ge- wekt, weer. Hoe minder bij eurhythmie de uitbeelding het pantomimische nadert, des te dichter nadert ze het volmaakt-eurhythmische. En de eurhythmie heeft voorwaar de hulp van de pan- tomime niet noodig. Wanneer ge nooit nog een eurhythmische voorstelling zaagt, dan kan ik u verzekeren, dat het aanschouwen en ondergaan van zoo'n harmonie van spraaktendens-bewegingen u een diepe sensatie van kunst kan geven. En bovendien, wat een teken van haar herkomst moet zijn, van haar komst uit het "Uebersinnliche", een diep gevoel, van wijding. Terwijl ge hieruit weer, hoewel de eurhythmie bij uitstek geschikt is tot het uitbeelden van kunst, die zich op het bovenzinnelijke afspeelt — de Walpurgisnacht uit Faust werd in Dornach o.a. opgevoerd met eurhythmie — niet moet afleiden, dat enkel ernstige, verheven dichtwerken met eurhythmie vereenigbaar zijn. Ik zag daar in Dornach zeer geestige uitbeeldingen van zeer geestige verzen van Christian Morgenstern. Zijn"Korifsche Uhr» en "Palmström's Uhr''' blijven onvergetelijk voor wie ze eens aanschouwde. Onvergetelijk...omdat deze humor en geestigheid kunst waren.
Er zou hier nog veel te zeggen zijn over deze bloeiende schoonheid, waarin dag voor dag nieuwe vondsten worden gedaan. Plaatsruimte is echter de eeuwige benauwenis, wanneer je eenmaal begint over de dingen van het Goetheanum te vertellen, omdat daar zoo eindeloos, eindeloos veel opleeft, dat je wel aan 't vertellen zou kunnen blijven. Ik kan dus alleen maar raden: zèlf gaan zien en luisteren en lezen.
Op enkele dingen kan ik echter niet nalaten, nog opmerkzaam te maken. Ten eerste op de wijze, waarop bij eurhythmie de verzen gedeclameerd worden. "Gezegd worden", wilde ik bijna schrijven. Want dat is zoo de gangbare uitdrukking geworden: verzen zeggen. En dit — het verzen zeggen — is het juist wat bij eurhythmie heelemaal niet thuis hoort. Ik kan het u gemakkelijk verklaren, nu ik u verteld heb, waarop eurhythmie berust, het een vloeit uit het ander voort. Men zàg niet meer de geestelijke kracht àchter de dingen, de Westerse beschaving, de conventionaliteit kwamen in de plaats van het zien van de oerwetten. De conventioneele beschaving oordeelde hoogdravend en vulgair wat natuur was. Geen pathos alsjeblieft! Geen gestes met het lichaam, niet met de hand, zelfs, wanneer, men spreekt! De beste redenaar: die onbewogen zijn standplaats op het spreekgestoelte behoudt. Men zag niet en wist niet, dat het haast niet te bedwingen gebaar de natuurlijke uitdrukking was van het bij het spreken door den wil in actie gebrachte gansche organisme. Geen pathos! Pathos beteekent "ondergaan" en ondergaan hoorde niet in de beschaafde eeuw der conventie. Geen pathos alsjeblieft!, als men een vers leest, beheersche men z'n stem, denke men met z'n verstand wat het vers bedoelt mede te deelen, leze men het zooals men proza voorleest!...... Men zag niet en wist niet, dat de ware dichter vanuit geestelijke regionen als het ware "gestemd" wordt, wanneer hij zijn gedicht begint te zingen. Wat Homerus nog wel wist, toen hij z'n Illia, toen hij z'n Odeyssee aanving en den bijstand der Muze inriep: Homerus wist, dat de Muze in hem begon te vibreeren.
Ook Goethe wist het nog, dat poëzie geen proza is – Goethe, die na zijn verblijft in Rome bij de kunstwerken der Grieken, zijn Iphigenie overdichtte, op het rhythme dat toen in zijn ziel zong, en die met den maatstok in de hand den spelers in studeerde. Neen waarachtig, poëzie is geen "verstandesmässiges" proza.
Eerst wanneer men de impulsen, die àchter een gedicht zitten, heeft beluisterd en gevonden, is men in staat het gedicht in z'n volheid weer te geven. En deze weergave wordt uitbeelding. En deze uitbeelding, deze platiek is het die de eenig juiste is voor het dragen van de door het lichaam gewrochte plastiek der geluidstendensen. De declamator beluistere de impulsen van het gedicht en verobjectiveere zijn stem, de eurhythmist beluistere de impulsen van de stem en verobjectiveere zijn gansche lichaam.
En dan mag ik niet nalaten, nog even op de z.g.n. toon-eurhythmie te wijzen. Ook van de tonen zocht men de impulsen en trachtte die met het lichaam uit te drukken. Ik zag in Dornach vooral zeer aardige opvoeringen van tooneurythmie bij muziekinstrumenten met of zonder zang, door kinderen. Wie "ein kleiner Tanz" van Bach of "Kinderlied" van Max Schuurman door die witte kindertjes zag dansen, gaat vrediger naar huis dan hij kwam.
Ja, ook kinderen voeren de eurhythmie uit – met hart en ziel. Een teeken van haar paedagogische waarde, dit laatste zou ik durven beweren. En ik kan het u beredeneeren en bewijzen, dat de eurhythmie paedagogisch beteekenis heeft.
Zooals de gedachte aan het schrift ten grondslag ligt, zoo is de wil het grond-element voor de eurhythmie.
De wil, die bij het spreken het geheele menschelijke organisme in beweging brengt en die bij het voordragen van het gedicht zich, door overdracht, in de luchtpijptrillingen uitleeft, dus zich geheel in de stem legt, leeft bij de eurhythmische uitdrukking der verzen vanzelf weer op in de harmonie der bewegingen, die immers het spraakorgaan-in-actie wenschen te zijn. Terrein en scholing voor de wil alzoo, deze eurhythmie. En dit is het verschil van eurhythmie met het gewone dansen of met de gangbare gymnastiek: dat de laatsten alleen de krachten van het lichaam in beweging brengen en benutten, terwijl de eurhythmie àlle krachten van haar beoefenaar noodig heeft, die van het lichaam èn van de ziel èn van den geest, zoodat een evenwichtige ontwikkeling mogelijk wordt. Latere eeuwen, die meer begrip voor de diepere mogelijkheden in den mensch zullen hebben, zullen zonder twijfel voor de eenzijdige africhting der lichamelijkge krachten, zooals die tegenwoordig, onder applaus, aan de jeugd ten deel valt, minder bewondering hebben. Maar reeds thans is het dan ook de tijd, voor allen die het in kunnen zien, deze meer evenwichtige ontwikkeling der krachten voor hun kinderen te aspireeren. Want, zooals dr. Steiner den toeschouwer voor elke eurhythmische opvoering telkens weer ernstig voorhoudt: die "Zukunftszeiten werden Initiative der Seele brauchen".
En het kind voert de bewegingen der eurhythmie met de ziel uit, volgt ze met de ziel. Dat geeft het kind vreugde. Ik weet het van nabij, hoe het kind zich gelukkig voelt, als het eurhythmie doet, hoe het innig verdriet heeft als het om een verkoudheid bij voorbeeld z'n eurhythmie-les moet overslaan. Ik veronderstel dan ook, dat 't verplichtend stellen van eurhythmie aan de Waldorfschule te Stuttgart meer als plicht voor de ouder dan voor de kinderen bedoeld is. De kinderen zullen het eer als een recht voelen.
Tot slot slechts een wensch.
Ook in Holland wordt de eurhythmie beoefend. Maar men zit er ver van de bron. Daar in Dornach groeit ze voorspoediger, deze tiende Muse. Mogen de plannen, om de resultaten van dezen weelderigen groei in Holland te gaan vertoonen, verwezenlijkt worden. En mogen velen in staat zijn, een opvoering bij te wonen. Ik zeide het u reeds: man ondergaat bij het aanschouwen een gevoel van wijding, deze kunst is gewijd. En wat wijding kunnen we in deze tijden van bloeiend philisterdom wel gebruiken!
Naar wij vernemen, zullen vanaf de 20sten Februari eurhythmie-uitvoeringen, uitgaande van het Goetheanum in Dornach, in verschillende steden van ons land plaats vinden.
terug naar "Artikelen"