terug naar "Artikelen"

11.10.1928  Het Vaderland

BIJ DE OPENING VAN HET GOETHEANUM

Hoe vol het gebouw was en hoe vol het programma

   De zeer, zeer drukke werkzaamheden, die zich aan de opening van het Goetheanum aansloten, en het iemand met den besten wil eigenlijk vrijwel onmogelijk maakten, ook de wereld daarbuiten door de Koningin der Aarde dadelijk op de hoogte te houden, hebben hedenavond haar einde bereikt. Voor de eene helft der ruim drieduizend toehoorders met op het weidsch tooneel in het Goetheanum een eurythmie-opvoering, die Grieksche schoonheid in nieuwen vorm voor den kunstzinnige deed herrijzen; voor de andere helft met het nog niet in druk verschenen drame van Albert Steffen, "Der Sturz de Antichrist", door den dichter zelven voorgelezen. In Nederland heeft o.a. de leider van de Wereld-Bibliotheek, L. Simons, eenige malen de aandacht gevestigd op het diepingrijpend, krachtig-dramatisch geluid van deze dichter. Diepen indruk heeft hier de voordracht van eigen werk door dezen Zwitser gemaakt – in wien we de oerkracht van zijn met zijn machtige natuur en bodem samengegroeid volk vereenigd vinden met de subtielst-doordringende geestelijke gesteldheid.

In twee gelijke series is voortdurend al, wat op het program stond, gegeven moeten worden. Voor de redenaars en uitvoerenden geen gekheid. We hoorden dan ook, dat de jonge ontstuimige – in zijn onstuimigheid waarlijk echter beheerschte – Zwitser Englert-Faye, hoofd van een op Steiners paedagogischen grondslag opgebouwde school in Zürich, in de B-Serie, toen hij daar eenmaal stond, verklaard moet hebben, dat het hem een ongmogelijkheid was, tweemaal hetzelfde te zeggen en – voor de vuist weg een geheel andere rede uitsprak dan hij in de A-Serie gehouden had. Zijn titel "Zur Geschichte des Wortes" liet trouwens een ruime spelling toe. Verder echter hebben de hoorders in beide series eerlijk gelijke kansen gehad. Wie een deel van het dagprogram niet te hooren kreeg, had dit te wijten aan de omstandigheid dat zijn opnemingsvermogen "voor heden" was uitgeput.

Aan het feit, dat de oude Schreinerei er nog is, is het te danken geweest, dat die ruim 3000 toehoorders de opening hebben kunnen meemaken. Het Goetheanum is groot, geweldig groot. Behalve de kamers voor de verschillende secties: de natuurwetenschappelijke sectie, aan welker hoofd dr. G. Wachsmuth staat, de medische sectie, door dr. I. Wegman voorgezeten, de astronomische sectie voor "Schoone Wetenschappen", nog door dr. Steiner onder de hoede van Albert Steffen gesteld – behalve verder vele kamers voor het secretariaat, voor het weekblad "Das Goetheanum", behalve bibliotheek-, archiefkamers enz., is er de enorme architectonische kern van het gebouw: de twee-eenheid tooneel en amphitheater. Duizend zitplaatsen biedt het amphitheater. Juist als het eerste Goetheanum. Reeds tijdens dat eerste Goetheanum dreigde nu en dan een tekort aan zitplaatsen. Het lag dus voor de hand, dat men voor den bouw van het tweede Goetheanum Steiner de vraag voorlegde, of het aantal zetels niet uitgebreid zou moeten worden. Steiner wees dit echter van de hand. Zijn doel, dat in het Goetheanum slechts woorden van den grootsten ernst zouden weerklinken, die zouden vermogen, in iedere toehoorder persoonlijk iets te wekken, zou z.i. met een gehoor van meer dan duizend zielen in tegenspraak zijn. De intimiteit ware niet meer te handhaven. Overschrijdt het aantal adspiranttoehoorders de duizend, dan herhale men liever de stof.

Nu kwam er echter voor de openingsplechtigheden een onkeerbare stroom van aanvragen uit alle landen, ook van buiten Europa (de eertijds bescheiden waardin van het eertijds bescheiden stationshotelletje, waar ik bij aankomst nederig om nachtverblijf aanklopte, stond me dit voor één nacht genadelijk toe – morgen, voegde ze glorieus toe – verwachtte ze voor die kamer twee heeren uit Amerika). Weken van te voren werd de leiding van het Goetheanum gedwongen te berichten, dat de deelneming stopgezet moest worden. Met kunst en vliegwerk bracht men in Goetheanum en Schreinerei elk ruim 1500 menschen onder en stelde een program samen, dat afwisselend elk der beide zalen hetzelfde bood.

Het was uw correspondent daadwerkelijk onmogelijk, bij zulke overvulde dagen en bij zulke overvulde vertrekken gelijken tred te houden met de afwikkeling van het programma. Wat anthroposophie bedoelt te geven is: ontkiemingsmogelijkheden voor de toekomst. Het is zoo, als de sociaaleconoom Emil Leinhas uit Stuttgart het hedenavond zei in zijn dankwoord aan het bestuur der Anthroposophische Vereeniging, aan de sprekers en allen, die het beste, wat ze aan scheppingskrachten te geven hadden, geofferd hebben: "We hebben geaarzeld, of we het recht hebben, dit gebouw, dat ons door onzen grooten leermeester is nagelaten, te betreden. We mogen en kunnen het slechts in het vertrouwen op den eeuwig zich vernieuwenden, eeuwig zich verjongenden geest der Anthroposophie".


Dornach, 7. October

Adelyde Content.



terug naar "Artikelen"